Tweets

  • RT @minneveldman: Programma orgelconcert Bethelkerk Urk 3 november 2018: - Eilander, Bach, Homilius, Karg-Elert, Zw…https://t.co/uX1aJTuoAE
  • Aanstaande zaterdag is er in de Bethelkerk een orgelconcert door @minneveldman welke om 20:00uur begint. Minne zal… https://t.co/EhcgvQUwef
  • Morgenmiddag alweer het 8ste en daarmee het laatste inloopconcert van deze zomer. Morgen neemt niemand minder dan… https://t.co/jRfFYaBfTm

Montfoort 2008

2008 is een belangrijk jaar voor het restauratieproject. In het begin van dat jaar krijgt de restauratiecommissie via de orgeladviseurs Cees van der Poel en Stef Tuinstra een tip dat het orgel van de parochiekerk “Johannes de Doper” in Montfoort overbodig raakt en dat zich in dit orgel nog origineel Meerepijpwerk bevindt. Het orgel is een elektro-pneumatisch instrument, in 1939 gebouwd door de firma Bernard Pels & Zn te Alkmaar als opus 136. Het Meerepijpwerk moet dan afkomstig zijn uit het oude orgel dat Meere in 1805 voor Montfoort heeft gebouwd.

Het Meere-orgel van 1805

Het orgel van Meere is een éénklaviers orgel zonder pedaal. Het originele bestek, door Meere getekend op 24 juli 1804, is bewaard gebleven.1

Het bestek beschrijft de volgende dispositie:

No 1 Prestant 8 voet van gepolijst engels tin
No 2 Holpijp 8 voet van goed metaal
No 3 Bourdon 16 voet in de diskant
No 4 Octaaf 4 voet
No 5 Fluijtrave 8 voet in de diskant
No 6 Gemshoorn 4 voet
No 7 Carljon 2 sterk in de diskant
No 8 Gedekte Fluijt 4 voet
No 9 Quint 3 voet
No 10 Octaaf 2 voet
No 11 Waltfluijt 2 voet
No 12 Mixtuur 3 en 4 sterk in de bas
No 13 Mixtuur 4 sterk in de diskant
No 14 Basson 8 voet
No 15 een tramblant

No 16 een ventiel 

Verder beschrijft Meere in zijn bestek uitvoerig hoe hij het orgel maakt en welke materialen hij gebruikt. Zo draagt hij zorg voor het maken van de orgelkast en het snijwerk. Het klavier wordt gemaakt van eikenhout en de platte toetsen worden voorzien van wit ivoor. Voor de twee blaasbalgen gebruikt hij vurenhout. Het kerkbestuur zelf zal voor eigen rekening onder andere zorgdragen voor het schilderwerk en het vergulden van de orgelkast en het snijwerk, het maken van beelden voor op het orgel en het maken van de orgelbank. Het orgel kost 1.800 gulden, moet worden opgeleverd tussen Pasen en Pinksteren in 1805 en Meere geeft twee jaar garantie. Verder valt op dat Meere in het bestek spreekt over “het oude orgel”. Op zich is dat niet vreemd. In tegenstelling tot de situatie in IJsselstein, waar Meere in 1792 een orgel bouwde in een nieuwe kerk, was het kerkgebouw aan de Oude Boomgaard in Montfoort een ouder gebouw. Halverwege de 19e eeuw werd het pand op ongeveer 200 jaar oud geschat.2 Er was dus al een bestaand orgel. Van dit orgel gebruikt Meere geen materiaal, want het bestek gaat uit van de bouw van een “nieuw orgel”. Hoe dit orgel eruit heeft gezien, is niet bekend. Waarschijnlijk dat het orgel gelijkenis heeft vertoond met het orgel in Poortvliet, dat Meere een jaar later bouwt. Ook de disposities van beide orgels zijn nagenoeg dezelfde. En verder zal later blijken dat de vier grootste pijpen van de Prestant 8’ gedekt zijn, waardoor het orgel van Montfoort net als in Poortvliet een orgel geweest moet zijn waarvan de Prestantpijpen vanaf E in het front hebben gestaan.

Naast het bestek is ook bewaard gebleven de keuringsbrief van Jacob Tours (1769-1811), destijds organist van de Laurenskerk in Rotterdam. De brief is gedateerd op 19 juni 1805 en Tours geeft daarin aan dat het orgel in alle opzichten voldoet aan het bestek. Hij spreekt verder zijn waardering uit voor het orgel door te stellen dat de “deftigen vlugge aanspraak den maker alle Lof en Eer aandoet”.

Uit: Utrechtsche Courant, nr. 75, 24 juni 1805

De periode 1805-1923

Het is denkbaar dat Meere het orgel in de jaren na de bouw in onderhoud heeft gehad, misschien wel tot aan zijn overlijden in 1841. Later komt het onderhoud in handen van de Utrechtse orgelbouwer H.D. Lindsen (1794-1860). In het kasboek van 1843, en ook in de jaren daarna, staat de volgende uitgave “H. Lindsen Orgelmaker 20,00”. Het stemmen duurde over het algemeen twee dagen, wat blijkt uit het kostgeld dat aan een gemeentelid werd betaald voor het verblijf van de orgelbouwer. In 1847 voorziet Lindsen het orgel van een aangehangen pedaal. Het kasboek meldt “D. Lindsen het maken en stellen van het pedaal/orgel/25,00”. Ook in 1850 werkt Lindsen aan het orgel: “orgelschoonmaken D. Lindsen 42,00”.3 Hierbij worden kennelijk wijzigingen aangebracht in de dispositie. G.H. Broekhuyzen sr. spreekt in zijn orgelbeschrijvingen van “een Viool di Gamba 8’, nu ingerigt tot gehalveerde Holpijp”.4 In 1854 vernieuwt Lindsen het klavier van het orgel. De kosten zijn 15 gulden. Na het overlijden van Lindsen gaat het onderhoud over naar de firma Maarschalkerweerd te Utrecht. In het kasboek van 1861 wordt de volgende uitgave gemeld: “A. Maarschalkerweerd stemmen en reparatie 32,40”.

In 1863 betrekt de parochie een nieuw kerkgebouw aan de Hoogstraat. In het archief van de parochie zijn helaas geen stukken gevonden over wat er met het orgel is gebeurd. Wel worden nog stemmingen en reparaties genoemd. Het kasboek van 1864 meldt als uitgave “Het orgel 42,70” en in het kasboek van 1866 staat een grotere uitgave “Het orgel 158,99”. Er staat alleen niets over de werkzaamheden die zijn uitgevoerd. Ook over de periode daarna is heel weinig bekend. Op 25 maart 1913 schrijft de Aartsbisschop van Utrecht een brief waarin de parochie van Montfoort machtiging wordt verleend "tot de reparatie van het orgel voor de som van vijfhonderd en vijftig gulden - f 550".

De periode 1923-2008

In 1923 wordt het kerkgebouw uit 1863 vervangen door de huidige neogotische kruiskerk. De firma Maarschalkerweerd verzorgt de overplaatsing van het orgel. In het “Verslag der gehele bouw” staat de volgende kostenpost: “Orgel Maarschalkerweerd 1.000” en in het kasboek van 1924 staat bij 2 juni “Maarschalkerweerd – orgelverpl. 136,50”. Op 2 december 1925 stuurt de firma Maarschalkerweerd een bevestiging dat men f 1042,50 heeft ontvangen van pastoor Spaan voor verrichte werkzaamheden.5

In 1939 zijn er plannen voor een nieuw orgel. Pater Ceacilianus Huigens begeleidt de bouw. Er worden drie offertes opgevraagd. In de offerte van Steinmann & Vierdag heeft pater Huigens de volgende aantekening gemaakt: "Abraham Meere M fecit 186/1005". Dit zal een opschrift zijn dat hij aantrof op de kas van het oude orgel. Ook orgelmaker Verschueren wordt uitgenodigd een offerte uit te brengen. Pastoor Spaan schrijft de brief waarin onder andere het volgende valt te lezen:

"Ik heb een oud I klaviers mechanisch kerkorgel. Dit moet omgebouwd en uitgebreid worden tot een rein pneumatisch met 2.klavieren en vrij pedaal. Volgens mijn deskundige is het pijpwerk goed[,] vraagt alleen eenige restauratie om in het nieuwe opgenomen te kunnen worden. Het is in zéér goeden staat en vraagt dus weinig kosten".

In de brief beschrijft pastoor Spaan ook de dispositie van het oude orgel. Deze is op dat moment als volgt:

1. Bourdon 16' ½ register pijpen aanw. vanaf c1
2. Prestant 8'  
3. Holpijp 8'  
4. Gamba 8' reg. “ “ “” c1
5. Openfluit 8' ½ reg. “ “ “” g1
6. Octaaf 4'  
7. Fluit 4'  
8. Octaaf 2'  
9. Violine 4'  
     

Pedaalklavier: aangehangen 

Uit deze dispositie blijkt dat het orgel tussen 1850 en 1939 aanzienlijk is veranderd.6 Uiteindelijk wordt de opdracht gegund aan de firma Bernard Pels & Zn te Alkmaar. De oplevering van het nieuwe orgel is op 15 augustus en de kosten zijn 6.000 gulden. Verder valt op de specificatie te lezen “oude orgelpijpen gebruikt”.7 Jaren later wordt dit bevestigd door inspecties in 1992 door Jos Laus en in 1998 door de heer Fama van de firma Fama & Raadgever. In diezelfde periode bouwt deze firma een nieuw orgel dat voor in de kerk wordt geplaatst. De parochie ziet ervan af om het Pels-orgel, dat op de koorzolder staat, nog langer te onderhouden. Het verkeerd in slechte staat en wordt met de aanschaf van het nieuwe instrument buiten gebruik gesteld.

In 2008 heeft de parochie plannen voor een herinrichting van het kerkinterieur. Omdat op de koorzolder een nieuwe verwarmingsinstallatie moet komen, moet het oude Pels-orgel daarvoor plaatsmaken. Adviseur Cees van der Poel van de Katholieke Klokken- en Orgelraad (KKOR) wordt gevraagd een rapport te maken waarin de verschillende onderdelen van het orgel op waarde worden geschat. Van der Poel constateert dat van de 22 registers er negen van oudere datum zijn. Het overige materiaal is van 1939. Het oude pijpwerk heeft een aparte mensuur en traditionele toonnaaminscripties. Van der Poel’s conclusie is dat dit pijpwerk zeer waarschijnlijk afkomstig is uit het Meere-orgel van 1805.8 Hij tipt hierop zijn collega Stef Tuinstra die de vondst bespreekt met de restauratiecommissie uit Urk.

Aankoop van het orgel

De restauratiecommissie besluit deze unieke kans niet voorbij te laten gaan. Op 2 april 2008 brengen Stef Tuinstra en Jouke Posthumus een bezoek aan het orgel in Montfoort. Tuinstra onderschrijft de conclusie van Van der Poel. Van de negen oudere registers blijken er zes registers van Meere te zijn. Het betreft de Bourdon 16’ (disc.), Holpijp 8’, Octaaf 4’, Fluit 4’, Octaaf 2’ van het hoofdwerk en de Prestant 8’ van het zwelwerk. Van deze Prestant 8' zijn alleen de grootste vier gedekte pijpen nog over. Dit duidt erop dat het oude Meere-orgel een 6-voets front moet hebben gehad. Verder wordt een bijzondere ontdekking gedaan. In de Prestant 8' wordt naast deze vier pijpen het complete pijpwerk van de Fluit travers 8' (disc.) uit 1805 aangetroffen. Pels blijkt deze registers in 1939 te hebben samengevoegd. De Viola di Gamba 8’ is van Lindsen uit 1850. Op cis1 wordt de volgende tekst aangetroffen: "Jth. de Vries, pastor. D=D=10 juny 1850. salicionaal 4 vt. C. Dis vol de gamba 8 vt. disc. c1". Tenslotte zijn er nog twee registers over: de Vox Celeste 8’ en een Dwarsfluit 4’. De herkomst hiervan is onbekend. Deze registers worden gedateerd van rond 1900.

Na overleg met het parochiebestuur wordt besloten alle negen oude registers aan te kopen. Op zaterdag 26 april 2008 vindt de demontage en overdracht van het orgel plaats.

Bij de overdracht wordt door de restauratiecommissie aan het parochiebestuur een ingelijste foto van het Bethelkerkorgel overhandigd met de volgende tekst:

"Als aandenken aan de aankoop van een aantal registers uit het v.m. Meere-orgel van 1805, bieden wij het parochiebestuur van Montfoort dit geschenk aan. Door uw medewerking heeft u in belangrijke mate bijgedragen aan de totstandkoming van de restauratie van ons orgel, gebouwd door Abraham Meere anno 1792. Wij zijn u hiervoor veel dank verschuldigd. Restauratiecommissie orgel Gereformeerde Bethelkerk Urk, 26 april 2008".

Hierna is het pijpwerk onder het toeziend oog van Stef Tuinstra door vrijwilligers gedemonteerd en naar Urk gebracht. Het is opgeslagen op de zolder van de Bethelkerk in afwachting van de restauratie van het orgel.

Auteur: Jouke Posthumus

Noten:

  1. Deze bevinden zich in het archief van de R.K. Montfoort in RHC Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden. Het archiefonderzoek is gedaan op 3 juli 2009.

  2. Rooijen, J.F. van (2009) ‘De parochiekerk van Montfoort in de 19e eeuw’, in: Heemtijdinghen, 45e jaargang, nr. 4, p. 91.
  3. Archief R.K. Montfoort in RHC Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden. Het archiefonderzoek is gedaan op 3 juli 2009.
  4. Gierveld, Arend Jan (1986) ‘Orgelbeschrijvingen door George Hendricus Broekhuyzen Senior. Handschrift ca. 1850-1862. Deel I (tekst) (letters L-Z)’. Amsterdam: Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis.
  5. Archief R.K. Montfoort in RHC Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden. Het archiefonderzoek is gedaan op 3 juli 2009.
  6. Poel, C.T. van der (2008) ‘Rapport over het orgel in de parochiekerk van de Geboorte van de H. Johannes de Doper in Montfoort (deel betreffende het oude pijpwerk)’. Hilversum: KKOR, 24 januari.
  7. Specificatie is te downloaden via de website van Pels & Van Leeuwen
  8. Poel, C.T. van der (2008) ‘Rapport over het orgel in de parochiekerk van de Geboorte van de H. Johannes de Doper in Montfoort (deel betreffende het oude pijpwerk)’. Hilversum: KKOR, 24 januari.